Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.


Interview Jan Bogaerts in programma “Linke Soep” (LLink) 2008-05-02


Op 8 augustus 1988 kwamen in Birma duizenden mensen, studenten, leraren, rijksambtenaren, mensen uit alle lagen van de bevolking, in opstand tegen het regime. Die opstand was bewust op die dag gepland vanwege de vier achten: 8-8-88. Voor de Birmesen speelt de getallenleer een grote rol in het dagelijks leven. Ook voor de machthebbers. Het leger van de Junta heeft toen een slachtpartij aangericht (deel 1, deel 2) Tussen de 1000 en 3000 mensen, veelal jonge intellectuelen, zijn in koelen bloede vermoord door hun eigen leger omdat ze hun mening gaven en opkwamen voor een menswaardig bestaan. Velen zijn nog altijd vermist. De aanleiding voor die demonstratie, net als die van de monniken in september 2007, had te maken met de slechte economische omstandigheden voor de gewone burgers, de enorme inflatie en de ongegeneerde uitbuiting door het regime. (Ter illustratie: Een gepensioneerde hoog-gekwalificeerde verpleegkundige ontvangt momenteel 900 kyat per maand, dat is iets minder dan een dollar, de prijs van één maaltijd.) Na de demonstraties werden de meeste universiteiten en scholen gesloten. Scholen die nog wel open bleven, werden onder controle van het regime gesteld. Tienduizenden studenten en jonge intellectuelen zijn toen, via vaak gevaarlijke routes, gevlucht. De meesten naar Thailand.

Recentelijk heeft het Birmese leger weer grote hoeveelheden wapens, waaronder tanks, van China betrokken. Wapens die ingezet worden tegen burgers, om hen uit hun land te verdrijven. De meeste relevante handel in Birma is in Chinese handen. Steeds meer Birmese steden hebben als voertaal Chinees. De taal van de Karen is officieel verboden in Birma. Dorpen in Shan-state en Karen-state worden nog steeds vernietigd, de bewoners vermoord of als slaven gebruikt en de vrouwen op grote schaal verkracht. Een miljoen mensen zwerven momenteel vluchtend door Birma.

Onze verzetshelden van WOII die aanslagen pleegden op de bezetter, worden nog steeds geeerd. Zij gaven hun leven voor onze vrijheid. Samen met alle slachtoffers van het brute geweld van bezetter Duitsland, eren en gedenken wij hen op 4 mei. Voor de Birmesen heeft de datum 8 augustus een symbolische betekenis die vergelijkbaar is met de betekenis van 4 mei voor ons. De Birmesen en vooral de nabestaanden van al die onschuldige doden koesteren deze datum als symbool van hoop op verandering en bevrijding. Maar ook om diegenen te gedenken die hun leven gaven voor de vrijheid. De democratiseringsbewegingen in Birma roepen daarom op tot een boycot van de Olympische Spelen in Peking. Maar… hun stem wordt niet gehoord omdat de junta het land hermetisch heeft afgesloten en alle geluid van de burgers smoort met geweld en bedreiging. In Nederland lijkt een boycot van de Spelen politiek niet haalbaar.

Op 8 augustus 2008 is 8-8-88 twintig jaar geleden. De keuze van China om uitgerekend op deze datum de Olympische Spelen te openen is een belediging voor alle mensen in Birma die hopen op en strijden voor een menswaardig bestaan, in vrijheid. En een duidelijk bewijs voor de theorie dat China de Olympische Spelen gebruikt voor zijn nietsontziende machtsmisbruik. De Spelen van 2008 lijken meer impact te hebben voor de machtspolitiek van een opkomende dictatoriale staat dan de Spelen van 1936.

Middels deze open brief vraag ik om op 4 mei expliciet de doden te gedenken van 8 augustus 1988 in Birma. En om nadrukkelijk, waar mogelijk, naar voren te brengen dat 8 augustus niet zo maar een toevallige datum is waarop de wereldbevolking zich in Peking door sport verbroedert.

Achtergrond informatie van Sisyphus weblog


























Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.


Interview Jan Bogaerts in programma “Radio 1 Journaal”



























Interviews met gehandicapten in vluchtelingenkamp Mae La. Deze interviews zijn gepubliceerd in Dagblad Trouw op 6 augustus 2008, er is bij dit interview ook een film gemaakt.

 

Interview Saw Nor

Ik woonde in Karen state, in het dorp Nuer Kee in het vijfde arrondisement in Birma. Mijn dorp is aangevallen en platgebrand door het Birmeese leger. Dus wij ontvluchtten ons dorp en kwamen naar het grensgebied. Eerst woonde ik in het grensgebied bij Mae Tae Traw.

Toen ik 16 was hoorde ik dat er hevig gevochten werd in het Mae La gebied. Toen heb ik besloten om soldaat te worden, dat was in 1986. Ik raakte gewond in 1989. Op een dag viel het Birmese leger ons kamp aan en trok zich vervolgens terug. Wij kregen de opdracht om het gebied te controleren en de mijnen die de Birmezen gelegd zouden kunnen hebben te lokaliseren en op te ruimen. We vonden mijnen die ze in de grond verstopt hadden. Toen ik een van die mijnen wilde ontmantelen explodeerde hij in mijn handen. Ik verloor mijn handen en mijn gezichtsvermogen. Toen ik ontslagen was uit het ziekenhuis heb ik een tijd lang in een legerbarak gewoond. Maar als soldaat was ik waardeloos geworden.

jb2003-095-018-doib-bew.jpg

Familie van Saw Nor, foto gemaakt in 2003

Een jaar later ontmoette ik mijn vrouw en in 1990 trouwde ik. Vlak daarna, in 1991, vluchtten wij naar vluchtelingenkamp Mae La. Sindsdien wonen we hier. Al mijn vier kinderen zijn hier in het vluchtelingen kamp geboren.

Sinds ik in het kamp woon doe ik eigenlijk niets, Als vluchteling krijgen wij ons eten van TBBC. Werken mogen we niet. Ook mogen we het kamp niet verlaten. Sinds 2003 is er in mijn leven niets veranderd, elke dag is hetzelfde.

Mijn dromen zijn gericht op mijn kinderen, mijn zonen. Ik wil dat zij kunnen studeren en een goede opleiding krijgen. En dat zij eens nuttig kunnen zijn voor hun volk. Want ikzelf kan niets meer voor mijn volk doen. Ik zing veel en maak liedjes en ik heb meer dan honderd verzen uit de bijbel van buiten geleerd. Mijn favoriete bijbelvers is Kronieken 2 hoofdstuk 7 vers 14/15.

Ik ben bekeerd tot het Christendom nadat ik verminkt ben geraakt, daarvoor was ik animist.

Al mijn kinderen gaan naar school. De oudste is tot groep 8 gekomen. Die is op 4 maart 2006 naar Amerika geemigreerd. Hij woont nu in de stad Omaha. Hij kon naar Amerika gaan door bemiddeling van de UNHCR die samenwerkt met de Amerikaanse overheid bij de selectie van vluchtelingen die willen emigreren. Hij wilde graag naar Amerika want een paar vrienden waren hem al voor gegaan. Ik heb hem niets in de weg gelegd. Ik maak mij wel zorgen om hem, hij is nog erg jong (18) en helemaal alleen vertrokken. Ook sprak hij geen woord engels en had nog nooit het leven in een grote stad ervaren. Hij begeleidde mij altijd op de gitaar als ik mijn liedjes zong. Altijd als ik zing mis ik hem. Ik weet ook niet hoe het hem vergaat in Amerika, maar ik weet zeker dat hij zijn best doet om zich te redden daar. Wie hem daar steunt weet ik niet, misschien wel iemand daar in Amerika. Hopelijk zie ik hem terug op een dag.

De jongsten willen ook emigreren naar Amerika, maar die zijn nog erg jong. Hopelijk hebben ze daar een betere toekomst. Als het hun goed gaat komt er een dag dat ze ons kunnen helpen, want zij zijn onze hoop.

Als de situatie in Birma verbetert ga ik zeker terug, want het leven hier is niet zo als het was in mijn eigen land. Hier hebben we geen enkele vrijheid, we mogen niet werken en het kamp niet verlaten.

jb2008_mg_3612.jpg

Familie van Saw Nor, foto gemaakt in 2008

De zoon rechts op de foto:

Ik wil studeren tot ik de hoogste opleiding hier in kamp Mae La heb afgemaakt. Ik kan mijn volk het best dienen als leraar.

De jongste, in het midden op de foto:

Ik wil soldaat worden. Net als mijn vader. Ik wil vechten. Ik was erg onder de indruk toen ik soldaten zag met hun uniformen en hun wapens. Ik zag die Karen soldaten bij de viering van de dag van de revolutie.

 

Klik hier voor meer interviews.


























Happy girls

1 comment

Garbage people


Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.


























Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Repetie van het koor in de bijbelschool van dr. Simon


Mae La - Nita

Ni Ta in haar huisje in kamp Mae La. Een week voor haar vertrek naar Amerika.


Mae La - Nita

Ni Ta (69) met haar zoon Saw Lanald (37).


Karen naar Amerika, Amerikanen in Karenstate en dat bidden misschien wel helpt

We gaan dagelijks al voor zessen in de ochtend op pad, gids Lei Htoo en ik. Sinds mijn verblijf in Mae Sot en Mae La is dat het patroon geworden. Het licht is dan nog zacht en vol mededogen en de kleur heeft een diepe oranje-roze gloed. Bovendien is de temperatuur dan nog te harden. Het is drukker en voller geworden in kamp Mae La sinds 2003. Waar ooit lege plekken tussen de hutten waren, staan nu ook bamboehuisjes.
Het sjouwen door de smalle paadjes en steegjes bij 40 graden celcius is een tamelijk slopende bezigheid. Het terrein is bergachtig. Een ongetrainde westerse mens moet hier toch even aan wennen. Het dagelijks leven in kamp Mea La is meer genormaliseerd, het lijkt een dorp geworden. De vele NGO’s hebben hun invloed doen gelden. Dat is terug te vinden in verbetering van de infrastructuur en in de dagelijkse gang van zaken.

Op een dag kwamen wij na een dag werken, afgepeigerd stoffig en stinkend naar zweet, terug in de compound van Dr Simon in kamp Mae La. We hadden een interview gemaakt met de 69 jarige Karen Ni Ta en haar zoon Saw Lanald die op 18 maart naar Indiana in de USA zouden gaan emigreren. Haar kinderen zijn daar al enige tijd en zij mist haar kleinkinderen. De zoon die in het kamp leraar is gaat met haar mee. Hij zou in Amerika wel een garage willen beginnen. Hij spreekt geen letter engels. En van auto’s weet hij ook nog niets. Hij lust graag de in Mae La populaire zelfgestookte wiskey. Moeder Ni Ta oefent al lang op de Engelse taal. En laat dat, na enig aandringen, met trots blijken.
Ik was vol met gedachten over de cultuurschok die hen zal overkomen toen ik het hoofdgebouw van Simons Bijbelschool binnenliep; een Karen vrouw van 69 van kamp Mae La naar de USA. Direct naar Fort Wayne in Indiana. Binnen twee dagen. Definitief . . . . .
Er stond een groepje westerse mensen die met elkaar in gesprek waren.
Een grote blanke man draaide zich naar mij toe, stak de hand uit en stelde zich voor.  David Eubank van de Free Burma Rangers. Hij zei blij te zijn mij te ontmoeten, want ze hadden al een hele tijd op me gewacht en ik was telefonisch onbereikbaar gebleken. Zijn onmiskenbaar amerikaanse uiterlijk en zelfverzekerdheid maakten indruk op mij. Dit ken ik uit films dacht ik heel even, ergens iets tussen Crocodile Dundee, Rambo en Indiana Jones. Ook zijn metgezellin Emy had een uitstraling die me meer deed denken aan een afgetrainde paratrooper dan aan een NGO medewerkster achter een computerdesk.
Ze waren even langs gekomen bij Simon`s nederzetting. Ze waren op doorreis. Simon had hen over mijn werk verteld en het fotoboek laten zien. Daarom wilden ze mij ontmoeten.
De Free Burma Rangers maken met hun werk enorme indruk. Het is een goed georganiseerde en getrainde groep twintigers en dertigers onder leiding van de Amerikaan David Eubank. Met grote regelmaat trekken zij Karenstate in bepakt met rugzakken vol medische apparatuur en cameras. Dan kunnen ze direct helpen in dorpen waar het Burmese leger heeft huisgehouden en waar de dorpsbewoners proberen te vluchten. Naast artsen reizen getrainde cameramensen mee die het leed wat zij tegen komen en de wandaden van het Birmese Leger filmen en fotograferen. Professioneel en onmiskenbaar met gevaar voor eigen leven.

David uitte zijn waardering over Karels roman en mijn fotografie en het idee van de combinatie roman en fotoboek. Hij verbaasde zich erover dat die combinatie niet in de engelse taal op de markt was. Ik memoreerde de dood van vriend Karel Glastra van Loon en hoezeer ik hem miste.
Het was een kort intens gesprek. Hij roemde de tomeloze inzet van de mensen die bij hem waren en die de kern vormden van de Free Burma Rangers.
“Ben je Christen?” vroeg Eubank. Mijn metgezel Paul zei direct “Ja”. Ik mompelde wat over “ietsvanooitnogguskatholiekopgevoedofzo” Dat was voor hem voldoende om te zeggen: Let’s pray. Dear Lord, please give your blessing and love to the late Karel, Jan’s friend, and to us like we are here together with all our intensions, possibilities and weaknesses. Bless the photografic work Jan and Paul are doing. And please give your blessing to our meeting and to the powers we can share. Amen.
Tijdens het gebed dat Eubank uitsprak, bleef ik hem onderzoekend aankijken. Het natuurlijke wantrouwen dat over mij komt in dit soort situaties verbleekte enigszins. De kracht en de standvastigheid die zijn gezicht uitstraalde stootte me nu niet direct af. Nood breekt wet. Misschien helpt het wel, dacht ik. Misschien beschermt hun God hen wel, dacht ik. Toen ze kort hierna weer vertrokken waren gloeide er iets na in mijn hoofd. En misschien ook wel in mijn hart.
Een paar dagen later vernam ik dat David Eubank een goed getrainde Amerikaanse elite militair is. En de Free Burma Rangers gefinancierd worden door tal van Amerikaanse Christelijke organisaties. Gelijk stond ik weer met mijn nuchtere kritische voetjes op de grond.
En toch, toch is er iets in mijn hoofd en in mijn hart blijven nagloeien.



Een van de meest indrukwekkende films van de Free Burma Rangers



























Shopping Cart






Tags: , , , , , , , , , ,

RSS     Sitemap